Ziekten & Plagen

Een mooi (bloeiende) tuin is vooral een kwestie van gezonde bloemen en planten. Om dit zo te houden is een natuurlijk evenwicht van groot belang.

Ziekten

Bodemschimmels: o.a. verwelkingsziekte, sneeuwschimmel en witrot.

Bladvlekken en Bladschimmels: o.a. meeldauw, roest en bladvlekken.

gebrekziekten: o.a. stikstofgebrek, magnesiumgebrek en zinkgebrek.

Bacterieziekten en virusziekten: o.a. bacteriekanker, Closterovirus en bloedingsziekte.

Plagen

Aphids_feeding_on_fennel
185
LUIZEN

Luizen zijn kleine insecten, die zich passief voeden met het floëemsap van de plant. Planten kunnen veel last hebben van luizen.
De luizen bevinden zich voornamelijk op de jongere delen van een plant. Luizen zijn schadelijk doordat ze virussen kunnen overbrengen en chlorosis, groeistoornissen, verdroging en necrosis kunnen veroorzaken.

 GALMUG, BLADWESP EN GALWESP

Gallen worden meestal veroorzaakt door parasieten, zoals bladwespen, galwespen of door galmuggen. Deze insecten boren een gat in het blad, een stengel, een bladknop of nog een  ander deel van een plant. De ei-afzetting vind plaats van april tot eind mei. Daarin ontwikkelen zich de larven die het vruchtbeginsel of de bladeren binnendringen.

Schorskevervraat_op_eik
Leliehaantje zesde fase
 SCHORSKEVERS

De kever zelf is niet het grootste probleem. De larven van de kevers veroorzaken grote schade. De kever legt zijn eitjes op de stam, vervolgens banen de larven zich een weg tussen de stam en de bast door. De schade kan hier dermate groot van worden dat de boom dood gaat.

 

 LELIEHAANTJE

Het Leliehaantje is vrijwel de hele lente en zomer te zien, van april tot augustus, en leeft zowel als kever en als larve op diverse soorten lelies. Vooral de larven, die minder opvallend maar des te vraatzuchtiger zijn, kunnen grote schade veroorzaken aan de plant.

 

 Lapsnuitkever  Larve van de meikever
TAXUSKEVER

De taxuskever richt schade aan de bladeren van bomen en planten.
Dit is niet zeer ernstig voor het gewas, het is alleen esthetisch minder fraai. De larven van de taxuskever veroorzaken echter veel meer schade in bomen, hagen en sierplanten.

ENGERLINGEN

Engerlingen zijn vraatzuchtige larven die aan de wortels eten van gras, soms bomen (vooral naaldbomen en beuken) of groente. Dat kan grote schade veroorzaken. Bomen en grasmatten kunnen door de vraatzucht van engerlingen afsterven.

 Emelt - larve van de langpootmug  437
EMELTEN

Emelten zijn de grauwgrijze larven van langpootmuggen.
Ze voeden zich in het begin met afgestorven plantendelen, maar naarmate de emelten ouder worden, vreten ze ook aan de levende planten.

MINEERMOT

Mineermotten zijn kleine nachtvlinders. De rups van de mineermot vreet gangen in bladeren, hierdoor ontstaan bladmijnen. Bladeren verkleuren bruin en sterven hierdoor af.

 Spanrups  Tetranychus_urticae_on_sweet_pepper,_Bonenspintmijt_op_paprika_(2)
RUPSEN

De verscheidene rupsensoorten zijn verschillend qua grootte en kleur.
Je treft ze al aan vanaf april tot ver in oktober. Naargelang de soort rups, varieert de beschadiging: wegvreten van de rand, vreten van gaten,
vensters of geraamten.

SPINT

Spint is de infectie van spintmijt op planten. Ze leven van plantsappen, die ze opzuigen van het floëem sap uit de bladeren van de plant. Bladeren die heel erg aangetast en necrotisch zijn, kunnen hun oorspronkelijke functie niet meer uitvoeren waardoor de plant erg verzwakt en afsterft.

Stinkwants
 Bemisia_argentifolii_1316008
WANTS

Wantsen (Heteroptera) vormen een onderorde van insecten, behorende
tot de orde Hemiptera, waartoe ook de cicaden en de plantenluizen behoren. Een aantal soorten veroorzaakt ook schade aan planten
in sier- en moestuin.

WITTE VLIEG EN VARENROUWMUG

Omdat witte vliegen in grote groepen samenleven kunnen ze een plant totaal te gronde richten.  Ze scheiden honingdauw uit wat de groei van schimmels bevordert en door zijn kleverigheid een plant volledig kan beschadigen. Hun eieren worden aan de onderkant van bladeren afgezet.

Zaagwesp
ZAAGWESP

De nakomelingen van de zaagwesp, bastaardrupsen, overleven gedurende de winter in de grond. In maart/ april , afhankelijk van de temperatuur, ontpopt de bastaardrups zich tot zaagwespje. De pruimenzaagwesp en de appelzaagwesp verschuilt zich bij voorkeur in bloesems van fruitbomen.

Ecologisch tuinieren

Goedgekeurd voor de biologische teelt
Veilig voor mens, dier en bijen